Van het hoofd naar de onderbuik

Van vervagende grenzen aan de keukentafel tot een uitdagend performanceprogramma op #wttv19

Journalist Joost Ramaer interviewde onze artistiek leider Sjoerd en programmeur Jonathan en kwam terug met deze longread. Over de rol van performance op ons popfestival met een twist, vuig spektakel en een koude klets in het gezicht.

Door Joost Ramaer

Sjoerd Bootsma en Jonathan Offereins kenden elkaar al langer. Maar echt elkaar vinden deden zij op vrijdag 21 juli 2018. Op het strand van het festival Welcome to The Village in Leeuwarden, toen de artistiek leider en zijn pas benoemde theaterprogrammeur samen Lumen beleefden, van de Italiaanse kunstenaar Luigi di Angelis. Lumen is een soort sjamanistische rave – een vette soundtrack rond een schier onbeheersbaar vuur. De toeschouwers staan om het vuur heen, zij laten zich meeslepen of niet, kijken toe of dansen mee. Di Angelis is regisseur, licht- en scène-ontwerper en muzikant tegelijk. In Lumen manipuleert hij op virtuoze wijze zijn publiek met alle media en middelen die tot zijn beschikking staan.

‘Dat moment op het strand,’ zegt Bootsma, ‘was voor mij het begin van hoe verder.’ Bootsma is vanaf de lancering de artistieke baas van Welcome to The Village (WTTV), een muziekfestival dat in 2012 is ontstaan ‘aan mijn keukentafel’, zoals hij het zelf beschrijft. Daar kwam regelmatig een groep van vijf mensen samen die Leeuwarden spannender wilden maken, die de stad wilden verrijken met festivals en een eigen poppodium. De eerste drie jaar trokken deze vijf grondleggers de kar gezamenlijk. Vanaf het begin berustte de artistieke leiding bij Bootsma, en de zakelijke bij Bianca Pander, net als hij geboren en getogen in Friesland, en tevens zakelijk directeur van het Amsterdamse campagnebureau BKB. Pander bleef zeven jaar lang zakelijk leider van het festival – zij is pas onlangs teruggetreden.

‘Van meet af aan wilden wij meer bieden dan louter amusement,’ zegt Bootsma. Zo ontstond een muziekfestival with a twist. Net als bijna alle muziekfestivals speelt WTTV zich altijd af vanaf donderdagmiddag tot en met zondag – in juli, in dit geval. In de Groene Ster, een natuurgebied net buiten de Friese hoofdstad, met plassen, bossen, open ruimtes en eilanden. Minder voor de hand liggend is dat de activiteiten al het weekend daarvóór beginnen.

In de week vóór het eigenlijke festival staat er een DORP, samengesteld uit bouwsels en apparaten à la Professor Punt 2.0, de millennial-versie van de warhoofdige maar geniale uitvinder uit Paulus de Boskabouter. DORP draait om innovatie die klimaatverandering moet tegengaan – uitvindingen om schaarse grondstoffen te sparen en afval een nieuwe bestemming te geven. Welcome to The Village heeft als ambitie volledig ‘circulair’ te zijn: alles wat tijdens het festival wordt gebruikt, krijgt een nieuwe bestemming. Zo ver is het nog niet, maar het festival is al een eind op die weg gevorderd.

Daarnaast heeft WTTV een voedselprogramma, een klein programma beeldende kunst, en een sociaal programma, samen met een netwerk van zeventien instellingen in Leeuwarden voor hulp aan ouderen, daklozen en mensen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. ‘Uit die kring betrekken wij ieder jaar 350 van onze duizend vrijwilligers,’ vertelt Bootsma. Kunst, klimaatinnovatie, verantwoord eten en social design zitten in de geboortegenen die de vijf keukentafelvrienden hun festival in 2012 hebben meegegeven. ‘Voor ons is vier dagen Welcome to The Village het dorp waarin wij zelf 365 dagen per jaar zouden willen wonen,’ zo verwoordt Bootsma de missie van zijn festival. ‘Wat we willen laten zien is: de inclusieve samenleving is niet zo moeilijk als iedereen denkt.’

Die droom leek met DORP en alle andere randprogramma’s aardig uit te komen. Toch knaagde er iets. Muziek bleef de kern van het programma. ‘En muziek gaat meestal over liefdesverdriet,’ zegt Bootsma. ‘Dat is prima, maar ik was op zoek naar meer uitdaging. Voor mezelf en voor het publiek.’ Die vond hij in theater. ‘Deels kwam dat door mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik ontdekte dat theatermakers hun maatschappelijk engagement doorgaans beter vorm weten te geven dan muzikanten. Hun werk is ook vaker een kritisch commentaar op hun eigen praktijk, op hun eigen manier van werken. Dat vond ik interessant. Ik wilde mijn publiek, naast hun genot van de muziek, ook een koude klets in hun gezicht geven.’

Zo ontstond het idee om WTTV verder te verrijken met performing arts. Met Jonathan Offereins raakte Bootsma in gesprek in 2017, tijdens het openingsdiner van Noorderzon, het Groningse festival met internationaal avantgarde theater. Het was een bijzondere match. Bootsma is een koning in de Friese kunsten. Hij is mede-oprichter van Asteriks, een onafhankelijk ontwikkelingspodium voor jonge Friese poptalenten, en van het muziek- en literatuurfestival Explore the North. In 2012 schreef hij mee aan het bidbook waarmee Leeuwarden de Europese Culturele Hoofdstad 2018 werd. Vervolgens gaf hij vier jaar lang mede leiding aan het bijbehorende artistieke programma.

Vergeleken met Bootsma was Offereins een broekie, zij het van het zeer ondernemende soort. Tijdens hun eerste ontmoeting was hij zich aan het ontwikkelen als producent, als een bemiddelaar die vooral Latijns-Amerikaanse theatermakers een entree probeerde te geven in Europa. Hij spreekt vloeiend Spaans – in 2008 maakte hij een lange reis door Zuid-Amerika, en vier jaar later studeerde hij een half jaar in Chili. Hij reist ieder jaar door Europa en Zuid-Amerika, om zoveel mogelijk festivals en voorstellingen te bezoeken. Vanwege zijn kennis van en connecties in het internationale festivaltheater vloeide hij over van de ideeën voor een theaterprogramma op Welcome to The Village.

‘Maar ik had geen enkele ervaring met muziekfestivals,’ vertelt hij. ‘Daarom sprak ik met Sjoerd af dat ik zou beginnen als gastcurator, door hem makers en voorstellingen aan te reiken waarvan ik dacht dat die bij Welcome to The Village zouden kunnen passen.’ Jonne ter Braak ging hem voor als curator van de eerste twee theaterprogramma’s, in 2016 en 2017. Om die te kunnen financieren, deed Bootsma in 2016 een aanvraag bij het Fonds Podiumkunsten (FPK). ‘Destijds bood het Fonds nog de keuze tussen subsidies voor twee en voor vier jaar,’ vertelt hij. ‘Ik vroeg aan voor vier jaar, in de stellige verwachting te worden afgewezen. Dat had ik niet erg gevonden, want het FPK schrijft de beste afwijzingsbrieven die je je kunt wensen. Ze zijn superkritisch. Ik dacht: met wat ik daaruit opsteek, kan ik vervolgens een aanvraag voor twee jaar schrijven die zeker zal worden gehonoreerd.’

Tot zijn verrassing kreeg Bootsma meteen voor vier jaar subsidie, en daarmee veel meer geld dan hij had verwacht: 125.000 in plaats van 50.000 euro per jaar. ‘Mijn reactie was: holy shit, nu moeten we echt aan de bak.’ Dankzij het FPK kon hij zijn ambities vele tandjes hoger zetten. Bijvoorbeeld met coproducties: makers uitnodigen om samen met WTTV nieuw werk te maken. Het duurde wel even voordat het zo ver was. In 2017 bestond het theaterprogramma uit zeven al bestaande voorstellingen, waaronder Mechanical Ecstasy van Club Guy & Roni. Het jaar daarop, het eerste waarbij Offereins was betrokken, stonden er al twaalf voorstellingen in de Groene Ster, waaronder Lumen. Dit jaar zijn het er dertien, waaronder drie Nederlandse coproducties (Sieger Baljon, Teddy’s Last Ride en Caz Egelie) en één internationale (Francesca Grilli).

Voor Offereins was het wel wennen. ‘Ik ben meer muziekfestivals gaan bezoeken om een idee te krijgen hoe die functioneren. Ik ontdekte dat de publieksdynamiek heel anders is. Op theaterfestivals kopen de toeschouwers kaartjes voor de voorstellingen. Zij maken bewuste keuzes. Maar op muziekfestivals lopen mensen rond met een polsbandje dat hen overal toegang toe geeft. Zij lopen dan weer hier, dan weer daar naar binnen. Net zoals hun hoed staat op ieder moment van de dag.’

WTTV registreert niet wat zijn publiek allemaal bezoekt. ‘Dat willen wij helemaal niet weten,’ zegt Bootsma. ‘Respect voor privacy past ook in de geest van ons festival.’ Het geeft Offereins en hem tevens de vrijheid de WTTV-bezoekers te verrassen met hun eigen keuzes. Een van Offereins’ grote inspiratiebronnen is de wandelende Vlaamse theaterlegende Frie Leysen, in 2014 winnares van de Erasmus Prijs en de bedenker en eerste artistiek leider van Kunstenfestivaldesarts, een jaarlijks Brussels podium voor de internationale theater-avantgarde. ‘Frie vindt dat kunstenaars hun publiek niet moeten willen pleasen,’ zegt Jonathan. ‘Zij trekt scherpe grenzen tussen kunst, cultuur en entertainment, terwijl zij die om haar heen juist ziet vervagen. Van daaruit gingen wij in gesprek met kunstenaars: daag onze bezoekers uit, probeer het hen niet alleen naar de zin te maken. Dat kan heel goed gepaard gaan met vermaak. Dit jaar bieden bijvoorbeeld Doris Uhlich en Teddy’s Last Ride vuig spektakel.’

Bootsma geeft zijn eigen interpretatie aan dat avontuur. ‘God is dood, kunst is een linkse hobby, journalistiek produceert alleen nog fake news: Aldous Huxley’s dystopische visie van een Brave New World uit 1932 heeft in de 21ste eeuw alsnog gestalte gekregen. Het is de hoogste tijd om tegenwicht te bieden aan dat soort relativistisch fatalisme.’ Gemakkelijk maakt het duo het daarmee niet voor het WTTV-publiek. ‘Toen ik mijn vriendin het programma voor dit jaar liet zien,’ vertelt Offereins, ‘zei ze: “Goh, interessant. Ik weet alleen niet of het me nou ook leuk lijkt.” ’ Onbedoeld refereerde zij daarmee aan Leysens observatie over de vervagende grenzen tussen kunst en vermaak. Of, zoals Sjoerd Bootsma het verwoordt: ‘Kunst moet tegenwoordig vooral voor een aangename avond zorgen, met daarna witte wijn en wasabi-nootjes.’

Toch denken Bootsma en Offereins een manier te hebben gevonden om de toeschouwers van het Leeuwardse popfestival te verleiden ook naar hun theater te komen kijken. Regelmatig gaan zij samen op stap om voorstellingen te zien. Vorig jaar zagen zij in Gent Ghost Writer & The Broken Hand Break van de Vlaamse maker en performer Miet Warlop. Het publiek staat of loopt door de ruimte waar Warlop en de haren een duizelingwekkende dans- en muziekact ten beste geven, geïnspireerd door de derwisj-dansen waarmee soefi’s een religieuze extase proberen te bereiken. Bootsma viel als een blok voor deze act, die dit jaar op Welcome to The Village te zien zal zijn.

‘Het is uitdagend,’ zegt hij, ‘maar ook vet-lekker, lekker, lekker. Om te zien, te voelen en te beleven. Die kant moeten wij op.’ Offereins citeert een andere les van Frie Leysen: ‘Zij zegt vaak: “Theater beleef je met je hoofd, je hart en je onderbuik.” Ik denk dat wij op Welcome to The Village het avontuur vooral via de onderbuik moeten brengen.’ De eerste jaren theater op het festival hebben Bootsma aangemoedigd de lat ieder jaar hoger te leggen. Zo nam hij dit jaar voor het eerst afscheid van zijn gewoonte om voor WTTV top-muziekacts te contracteren als Franz Ferdinand. ‘Dan heb je het over tienduizenden euro’s. Door daarmee te stoppen, kunnen we meer geld investeren in theater.’

De eerste FPK-subsidie loopt af in 2020. Als Bootsma en Offereins hem voor vier jaar verlengd krijgen, is hun ambitie het theater meer te integreren met de overige sociale programma’s op het festival. Dit jaar zijn zij coproducent van Sparks of Resistance, een voorstelling waarin de Italiaanse maker Francesca Grilli de traditionele rolverdeling tussen volwassenen en kinderen omkeert. In Sparks laat zij kinderen optreden als orakels, die hun publiek onder meer de hand lezen. Het zijn Friese kinderen, die zij van tevoren een week lang workshops heeft gegeven in handlezen. Offereins: ‘Dat is de richting die wij zoeken: steeds dieper de gemeenschap in, de gemeenschap die ons festival omringt.’

Nieuws

Kologo power, man power: het nachtenlang raven op akoestische muziek. Akoestische optredens die met gemak de oren van honderden luisteraars bereiken, rechtstreeks uit de borstkas met stem, hoorns, traditionele drums en kologo.

Festivalcolumnist Jan van Tienen’s laatste verhaal